December brengt ons elk jaar opnieuw een mix van licht en schaduw. De dagen zijn kort, de wereld voelt soms hard en rumoerig, en toch steken we kaarsen aan alsof we willen zeggen: “Het duister heeft niet het laatste woord.” In zijn boek ‘Vrede op aarde, over heil en redding in deze tijd’, herinnert theoloog Stefan Paas ons eraan dat vrede geen eenmalige grootse overwinning is, maar vaak een kleine, haast wankele keuze. Geen triomfantelijke stilte, maar een kwetsbare houdbaarheid die we telkens opnieuw moeten zoeken.

Kerst vertelt hetzelfde verhaal. Niet het verhaal van macht of zekerheid, maar dat van een kind dat te midden van chaos wordt geboren. Een God die niet kiest voor controle, maar voor nabijheid. Vrede begint niet in paleizen of vergaderzalen; het begint in menselijkheid. In het durven zien van de ander, juist wanneer dat ingewikkeld is.
Paas benadrukt dat vrede vooral bestaat uit het volhouden van relaties – ook als ze schuren. In luisteren zonder meteen te willen winnen. In erkennen dat de wereld complex is, en dat onze verschillen soms leerzamer zijn dan onze overeenkomsten.
Misschien is dat wel de uitnodiging van deze kerst: om vrede niet zozeer zien als een eindpunt, maar als een dagelijkse oefening. In onze vriendenkring, onze stad en in onze doopsgezinde gemeente, in de maatschappij die soms meer polarisatie ademt dan hoop. Laten we de moed vinden om kleine daden van vrede te kiezen: een gesprek dat we niet vermijden, een oordeel dat we opschorten, een hand die we opnieuw uitsteken. Want midden in het kwetsbare groeit iets heiligs. En misschien klinkt juist daar opnieuw dat oude, zachte refrein:
vrede op aarde – in de mensen een welbehagen.
Een gezegend Kerstfeest.
Ds. Marijn Vermet